







De nieuwsbrief wordt momenteel naar 1991 mensen verstuurd!
|
Recensies
Mosselkookboek Man of all seasons PZC / Rotterdams Dagblad Bingo NRC-Handelsblad Het Parool Telegraaf Margriet Vrij Nederland Spits! Trouw Libelle
Man of all seasons Ymke van Zwoll
Mosselen: de zilte smaak van de zee
Mosselen eet je uit het handje. Dat leerde Florine Boucher van haar Franse moeder. Research in en rond de haven van Yerseke leverde nog meer kennis over de mossel op. Haar ervaringen zijn nu gebundeld in een kookboek met recepten uit alle windstreken, van Thailand tot New England. Maar ook ‘Het Geluk Van België’: gewoon mosselen met frites.
‘Bij mijn eerste bezoek aan Yerseke zag ik dat de Zeeuwen een bruine boterham bij de mosselen aten!’Florine Boucher was stomverbaasd. ‘Mijn moeder komt uit Frankrijk en ik heb familie in Italië, dus ben ik opgevoed met een andere eetcultuur. Wij aten mosselen gewoon uit het handje. En op z’n Frans, bijvoorbeeld met ravigotte-saus naar recept van mijn grootmoeder, dus een saus op basis van mayonaise in plaats van vinaigrette. Dat vond ik een stuk spannender dan een koude saus over koude mosselen. En lekker eten was voor ons de normaalste zaak van de wereld.’ Ze zouden in Nederland eens moeten zien hoe ze in andere landen met schelpdieren werken, was Bouchers volgende gedachte: ‘Met mosselen kun je zoveel kanten op: ze zijn lekker in de soep, bij pasta of rijst, of gemarineerd als voorgerecht of op een crostini.’
Hangcultuur
Die oorspronkelijke familierecepten verzamelde Florine Boucher in haar boek Mosselkookboek . Boucher is culinair journalist voor onder andere NRC-Handelsblad en schrijft kookboeken. Een jaar lang trok ze eropuit om zich in de mosselkweek te verdiepen. Ze scheepte in op een mosselschip, zwierf in havens rond waar ze kwekers en handelaren hun kennis, geënt op generatielange ervaring, ontfutselde. ‘De eerste keer dat ik in het kleine getijdenhaventje van Yerseke kwam, zo’n dertig jaar geleden had, vergeet ik nooit. Fascinerend! Het rook er naar teer, schelpen en gebakken vis. En die mosselhandel was veel kleinschaliger dan nu. Natuurlijk is er in de afgelopen jaren veel veranderd. Toen had je ook nog niet de ‘hangcultuur’, zoals die nu op de Oosterschelde door een aantal kwekers wordt toegepast, waarbij de mosselen in lange kousvormige netten worden kweekt. De kleine mosselhandelaren van toen zijn inmiddels opgegaan in de grotere. Ik kom nog steeds met veel plezier in Yerseke. Nog altijd werken ze daar met bodemcultuur: het mosselzaad wordt uitgezaaid en later worden de schelpdieren die daaruit voortkomen op weer andere percelen uitgezet. Laatst moest ik blind – letterlijk, ik was geblinddoekt dus ik kon ook niets opmaken uit de vorm van de mossel- het verschil proeven tussen een bodemcultuur- en een hangcultuurmossel. Voor mij een onmogelijke klus, maar de Zeeuwse mosselhandelaren wisten zelfs het verschil te proeven tussen twee mosselen die allebei uit de hangcultuur kwamen.’
Feit of fictie: de ‘r’ in de maand
Het lekkerst is de mossel in september, al loopt het seizoen van half juli tot april. De oude wijsheid ‘mosselen mag je alleen eten wanneer er een ‘r’ in de maand voorkomt’, gaat niet meer op. Die dateert uit de uit de tijd dat er geen koelwagens en moderne verpakkingstechnieken bestonden. Volgens Boucher kun je mosselen het best vroeg in het seizoen eten. ‘Dan is de mossel, zoals de Zeeuwen zeggen, ‘vol van vlees’. Na de jaarwisseling zou ik ze niet meer eten. Ze bereiden zich dan voor op de paartijd en geven al hun energie aan het produceren van zaad en eicellen. Ze worden mager en smaken minder goed.’
De lekkerste mossel kook je zelf thuis, vindt Boucher. ‘Gebakken of voorgekookte mosselen uit de winkel smaken nergens naar. Voor garnalen geldt trouwens hetzelfde: die moet je zelf pellen en supervers eten. Ook vis is het lekkerst vers van de markt met de kop er nog aan. Met die vleesmalaise zullen mensen meer met vis en schelpdieren gaan experimenteren in de keuken.’
Recepten uitproberen
Iedere avond staat Boucher in de pannen te roeren om een nieuw recept uit te proberen. Op dit moment is ze bezig met een garnalenkookboek. ‘Voordat ik een recept publiceer, probeer ik het meerdere malen thuis uit, en pas als het goed is, mogen de buren komen proeven.’
Bouchers favoriete recept uit haar nieuwe Mosselkookboek is mosselen met spaghetti. ‘Met weinig moeite heb je een heerlijk gerecht: spaghetti, mosselen, tomaten. Ik ben een spaghettifreak. Niet voor niets hebben de Italianen zo’n beroemde keuken. Maar ook recepten uit andere landen zijn de moeite van het proberen waard: op z’n Thais met basmatirijst, mosselen in citroenmarinade-lekker bij de borrel- en mosselen met Hongaarse paprikaroomsaus. De Hongaren gebruiken die saus om kip en kalfsvlees te stoven. Om je vingers bij af te likken. En gezond, want mosselen zijn rijk aan mineralen, vitaminen, eiwitten en het beetje vet is onverzadigd vetzuur, dus geen gevaar voor cholesterol!’
Terug naar boven
PZC / Rotterdams Dagblad
Ellen Scholtens
Aan alle mosselaars in de stroom der tijd.
Een jaar trok ze ervoor uit om zich te verdiepen in de ‘zwarte schelpvisch uit de Zeeuwsche Stroomen’. Florine Boucher dook in de geschiedenis van de mossel, praatte met kwekers en handelaren, voer mee op een mosselschip, kookte heel veel mosselen en schreef vervolgens het historisch verantwoorde Mosselkookboek, opgedragen aan ‘alle mosselaars in de stroom der tijd’. De schrijfster gaat hierin terug naar de visserij te voet waarbij de ‘welkome aanvulling op het eentonige dieet van arme landarbeiders’ werd geraapt langs de oevers van de drooggevallen slikken en platen. Vanaf dat moment worden zo ongeveer alle belangrijke gebeurtenissen in het mosselbestaan genoemd, variërend van het Koninklijk Besluit dat de visserij op de Zeeuwse stromen aan de Zeeuwen werd gegund tot de watersnoodramp in 1953. Indirect was dat de reden dat een aanzienlijk deel van de Zeeuwse mosselcultuur naar de Waddenzee werd verplaatst. Sinds de uitvoering van het Deltaplan komen de meeste mosselen daar vandaan. Om aan de jaarlijkse vraag van 120 miljoen Zeeuwse mosselen te voldoen, importeren mosselhandelaren uit Yerseke consumptiemosselen uit de Duitse en Deense Waddenzee en bij grote schaarste soms ook uit Ierland. Zo zijn er meer interessante gegevens op te diepen uit de geschiedenis van de mossel, maar het gaat de liefhebber natuurlijk ook om de recepten: Boucher geeft er vijftig ‘en twee om het af te leren’. Van nieuwerwetse mosselgerechten als Pikante mosselen met koriander en Tabouleh met mosselen tot Moeder Landa’s mosselhachee. Het laatste is een streekgerecht uit het gebied rond Bergen op Zoom- een beetje Zeeuws en een beetje Brabants. Het scheutje azijn op het laatst komt uit de koker van de schrijfster, al is Moeder Landa het daar niet mee eens. Zij roert er op het laatst alleen nog een klontje boter door. Met andere woorden: iedereen kan zijn eigen invulling geven aan de recepten, zéker na het lezen van het hoofdstuk over basistechnieken en sauzen.
Terug naar boven
Bingo
Het beste uit zee bij u op tafel
Het mosselseizoen is aangebroken
Het Mosselkookboek van Florine Boucher is niet alleen voor de doorgewinterde mosselliefhebber een feest. Ook de beginner gaat door Florine Bouchers duidelijke uitleg en haar aanstekelijke culinaire enthousiasme met plezier aan de slag.
Terug naar boven
NRC-Handelsblad Boeken
Mosselkookboek
Het Mosselkookboek heeft niets van zijn modieuze soortgenoten. Er staan geen oogverblindende kleurenfoto’s in, geen recepten van beroemde restaurantkoks en voorwoord van een bekende Nederlander ontbreekt. Het Mosselkookboek heeft alles wat de echte liefhebber van een kookboek verwacht: goed gedocumenteerde productinformatie, handige tips, leuke weetjes en vooral veel smakelijke maakbare recepten. Florine Boucher maakt de lezer deelgenoot van het wezen van de mossel, de melktijd, de hangcultuur, het lekvrij verpakken en de nieuwe mosselwijsheid tot de voorkeur voor de hapjespan bij het koken van mosselen. En het gemis aan glossy foto’s wordt goed gemaakt door de ingetogen vormgeving met een verzorgde typografie en charmante kleine illustraties. De blauwzwarte kleurstelling is een ode aan de ‘zwarte schelpvisch uit de Zeeuwsche Stroomen’.
Terug naar boven
Het Parool
Het boek: Mosselkookboek
In 1977 verscheen een uitgebreid Mosselkookboek bij Harvard University Press. Zodat de Amerikanen de milieuvriendelijker mossel zouden verkiezen boven het rundvlees. Maar dat deden ze niet en doen ze nog steeds niet. Amerikanen gruwen van het diertje. In Nederland eten we wel mosselen, al is dat niet zoveel als in België, Frankrijk en Spanje. Florine Bouchers Mosselkookboek lijkt wel wat op Hurlburts boek, maar het is om te beginnen stukken mooier: gelukkig niet met gelikte kleurenfoto’s, maar met tekeningen en in een beschaafd, mooi bandje, in de stijl van het Artusi-boek van dezelfde uitgever.
Boucher heeft grondig research verricht voor dit boek en dat is te zien. Bijna 50 van de 130 bladzijden behelzen geschiedenis, kweek- en vangsttechnieken en culinaire bezigheden. Voor wie graag dit soort teksten leest: aangenaam en informatief. Misschien wat teveel van het goede voor degenen die praktische keukentechnieken en inkooptips alleen snel en schematisch willen hebben. De receptuur is leuk en gevarieerd, goed geredigeerd en toegelicht en eigenlijk is mijn enige bezwaar dat de namen van klassieke gerechten verstopt zijn in de tekst. Het duurde bijvoorbeeld even voor het tot me doordrong dat de beroemde Mouclade uit de Charentes hier ‘Mosselen met room en een vleugje V.O.C’ heet. Een index op praktische tips en bv. Dergelijke oorspronkelijke namen was heel dienstig geweest, maar verder is dit boek een pareltje in een mosselschelp. Het Mosselkookboek is de eerste in een reeks, beloven ze. Een boek over garnalen zal de volgende zijn. Dat kan nog heel leuk worden.
Terug naar boven
Telegraaf Proeverij verschillende schelpdieren
Blindemannetje met mosselen
Sylvia Borger
Wat zijn de lekkerste mosselen? De traditionele, op de bodem opgegroeide mossels van Zeelands Roem of juist die van concurrent Prins & Dingemandse? Of zijn het de ‘hangcultuurmosselen’ die Bruinisse en Neeltje Jans in de Oosterschelde aan touwen laten groeien?
Een tijdje terug vond in Vianen een mosselproeverij plaats. Ook Franse Bouchots en Spaanse mosselen die aan lange touwen groeien konden worden gekeurd bij restaurant De Bruiloft.
De Franse vond ik de beste nasmaak houden- al hadden deze mosselen nauwelijks vlees om het lijf. ‘Moet je dát eens vergelijken met de Zeeuwse hangmosselen’, zegt de organisator van het evenement, bruiloft-uitbater Gerard de Groot. ‘Als je hangcultuur koopt heb je vijfendertig tot veertig procent vleesgewicht. Eenmaal Neeltje Jans geproefd en je wilt niets anders meer’, vind Gerard. Uw verslaggever is het niet met hem eens. Op Zeelands Roem en Prins & Dingemanse kun je lekker kauwen. De hangcultuurmosselen vond ik nadrukkelijk zoeter en zacht van structuur, de Spaanse nogal zout en slecht schoongemaakt.
‘Heerlijk juist die heftige smaak’, zegt Florine Boucher, schrijfster van het Mosselkookboek. De baarden deerden haar totaal niet. ‘Ze vormen de natuurlijke bescherming voor de mossel. Als je ze in Spanje of Frankrijk op de markt koopt, koop je ze ook altijd per kluit. Natuurlijk moet je die zelf eerst schoonkrabben. Maar zo heb je tenminste geen conserveermiddelen nodig’, Aldus de schrijfster-
In haar Mosselkookboek vindt men naast talloze recepten ook enige nieuwe mosselwijsheid’. ‘Mosselen die verpakt zitten in een lekvrije verpakking waarbinnen een zogenoemde ‘beschermende atmosfeer gecreëerd is’, hebben eerder de neiging om hun schelpkleppen te openen dan mosselen die geen gasmengsel meekregen. Dat ze enigszins ‘gapen’ komt omdat ze zich op hun gemak voelen, zeggen de mosselhandelaren. Er is volgens hen geen reden tot zorgen om die enigszins geopende schelpkleppen. ‘De consument zou daar anders over kunnen denken. Immers generaties lang zijn mosseleters opgevoed met de wetenschap dat gapende mosselen, die zich niet meer sluiten na een tik met hun scharnierende kant op het aanrecht, maar beter weggegooid kunnen worden omdat de kans groot is dat ze niet meer in leven zijn.’ ‘Bij deze gapers uit de beschermende atmosfeer ligt het anders. Ze leven op een laag pitje en reageren daardoor niet direct op prikkels van buitenaf. Met andere woorden, ze zullen hun schelpen niet direct of niet helemaal sluiten als ze daartoe worden aangespoord met de bekende tik.’
‘Aangezien je niet van de verpakking kunt afkezen hoe het staat met de atmosfeer (beschermd of niet) kunnen alle mosselen maar beter over een kam worden geschoren. Sluiten ze na een tik niet, prik dan met de punt van een mesje heel even in het mosselvlees aan de rand van de schelp. Maakt de mossel nog steeds geen sluitbeweging – hij hoeft zich niet hermetisch te sluiten, maar moet wel een teken van leven geven- gooi hem dan weg’, aldus de schrijfster.
Zij vond het Nationaal Visbureau helaas niet bereid om geld te steken in haar Mosselkookboek. Jammer, je zou denken dat de consument al die vis- en mosselreceptenfoldertjes ondertussen wel gezien heeft en toe is aan een goed boek dat men bijvoorbeeld met korting via de vishandel kan kopen.
Terug naar boven
Margriet Eten etc.
Zo gekookt
Schrijfster Florine Boucher heeft heel wat mosselen gekookt tijdens het schrijven van de ruim vijftig recepten in dit bijzondere boek. Gelukkig zijn ze snel gaar! Naast de recepten staan er algemene bereidingsaanwijzingen en basisrecepten voor sauzen in. Heel leuk om te lezen is de geschiedenis van de mosselteelt. Het boek is subtiel geïllustreerd.
Terug naar boven
Vrij Nederland Diny Schouten
Water en Vuur
Bewaarmosselen
Een mossel die openstaat moet je een klap geven – geef hem een tik op het aanrecht met zijn scharnierende kant- en als hij zich dan niet schielijk sluit, dan leeft hij niet meer en moet je hem weggooien. Zo was het, maar zo eenvoudig wordt het je niet meer gemaakt, dit onder de valse suggestie dat je het juist getroffen hebt met de nieuwe manier van mosselverpakken. Het meest verontrustende hoofdstuk in het deze zomer verschenen Mosselkookboek van Florine Boucher is dat over het schoonmaken van mosselen. Nu hóéf je mosselen helemaal niet schoon te maken- bezweren niet alle verpakkingen dat ze panklaar zijn? – Maar Boucher pleit ervoor om dat woord ‘panklaar’, niet letterlijk te nemen. Ze raadt je zelfs nogal dringend aan om jezelf inzake mosselen ‘nieuwe wijsheid’ eigen te maken. Die is nodig sinds de introductie van de verzegelde lekvrije plasticzak of bak met ‘beschermende’ atmosfeer, waarin, aldus de mosselfirma die ze sprak, de mosselen ‘zich op hun gemak’ voelen, en dáárom juist hun klepjes achteloos open zetten, alsof geen gevaar ze ducht.
Boucher protesteert tactvol tegen deze sprookjesachtige voorstelling van zaken, ze zegt in haar boek nog nét niet dat de mosselen dus in coma zijn gebracht, maar daar komt het wel op neer: ‘De mosselen leven op een laag pitje, functioneren trager en reageren daardoor niet direct op de prikkels van buitenaf. Met andere woorden, ze zullen hun schelpen niet direct of niet helemaal sluiten als ze daartoe worden aangespoord met de bekende tik. Ze moeten dus wat meer geprikkeld worden om een levensteken te geven dan mosselen die niet in een beschermende atmosfeer zijn verpakt.’De bedoelde prikkel is een wrede maatregel: prik een gapende mossel met een mespunt in zijn blees. Gooi hem weg als hij geen sjoege geeft. Bouchers aansporing om juist níét de laatste controle uit handen te geven, contrasteert venijnig met de geruststellende gebruiksaanwijzingen op de zakken; evenals met de mosselpropaganda van het Visbureau, drukwerk dat niet gebaat is bij de suggestie dat eten iets moeilijks zou kunnen zijn. ( Het is knap van het pr-bureau dat ze Nederland veel meer mosselgezind hebben weten te maken dan voorheen; al is de durf om ze te kopen en te koken nog beperkt tot twaalf procent van de huisgezinnen; de rest heeft nog nooit mosselen gekookt en zou niet weten wat met die beesten te doen. Bravo voor Boucher, die zonder enige versluiering over de vereiste levendigheid van mosselen schrijft en, even loffelijk met zoveel mogelijk mosselhandelaren sprak. Dat was nodig, want ze vinden ieder hun eigen verpakking de beste. De gasmengsels (zuurstof en stikstof) van de lekvrije plasticzakken waarop de meeste firma’s sinds dit jaar zijn overgestapt, verschillen onderling in verhouding; ieder heeft zijn bedrijfsgeheim. In principe is het een ‘chemische’ wijze van vacumeren. De stikstof bindt het aanhangend water, de zak gaat, ook door de kou, strak staan, zodat de mosselen worden gedwongen om hun klep dicht te houden.
Alleen: niet onmiddellijk, en lekvocht is er altijd, en dat lekvocht kan gaan meuren. Boucher weet dat om die bacteriëngroei tegen te gaan de ‘beschermende atmosfeer’ van de zakken op zijn beurt moet worden ‘beschermd’ met bederfremmende additieven. ‘Smaakversterkend’ citroenzuur, maar ze vermoedt er ook andere in.
Leve de eeuwige houdbaarheid? De mosselhandel die ik spreek, zegt dat de lekvrij verpakte mossel (die ook een paar dagen langer houdbaar is dan in de nu praktisch verdwenen ‘conventionele’ geperforeerde zakken) er is gekomen op instignatie van Albert Heijn. Zowel tijdens transport, in het schap als bij de kassa’s is er geen geknoei met vocht dat kan gaan stinken. Voor AH zijn de voordelen groter dan voor ons: mosselen kunnen nu over het weekend heen worden verkocht. Wij hebben alleen het voordeel dat je met je lekvrije zakje mosselen gerust de tram kunt nemen, en het nadeel dat je een zak mosselen pakt die al op dag vijf is. Op de zak Prins & Dingemanse, deze week ‘in de aanbieding’ staat de verpakkingsdatum in geheimcode en kun je alleen de uiterste verkoopdatum lezen. Reken met zeven dagen terug, en koop ze dan toch maar liever bij de viswinkel: Als die eenmaal allemaal zijn weggeconcurreerd, waar zou je dan nog eens iets over mosselen kunnen vragen? Mogelijk hebben ze ze in een kleinere maat die je meer zouden kunnen bevallen dan de lellerige ‘jumbo’s’ en ‘royals’ van AH. AH stuurt ons, wat de grootte betreft de Belgische kant op: daar willen ze hun mossels groot, en bleek (blank). De Fransen vinden de kleintjes, liefst oranje, veel smakelijker. Mosselen, staat in het Mosselkookboek, zijn er in vijf maten; de handel heeft min of meer overeenstemming over het aantal mosselen per kilo, maar niet over de benamingen: wat bij de een jumbo heet , heet bij de ander goudmerk. Boucher kiest voor haar recepten de middelmaat, die ‘super’ of ‘imperial’ wordt genoemd. Bij viswinkels maak je kans om er de enige soort mosselen te vinden die puur, in kiemvrij zout water, zijn gevacumeerd, dus zonder ‘beschermende atmosfeer’. Door het vacuümtrekken (voor 90%) blijft de mosselschelp perfect gesloten. In Yerseke heeft de firma Vette & Verhaart een een patent op die wijze van verpakken. Hun ‘Quali-Mer’-mosselen gaan voor het grootste deel naar het buitenland, ‘want daar kijken ze eerst naar het technische verhaal achter het product en dán pas naar de prijs’.
Jan Willem Vette zegt dat zijn afnemers de zoutere smaak van mosselen moesten leren begrijpen. De verpakking waaraan het publiek de laatste jaren gewoon in geraakt, is die van een altijd enigszins uitgedroogde en daardoor ontzoute, dus zoetere mossel. Door zijn vacuümvinding- die ooit in zijn eigen keuken begon met een diepvriessealertje van de blokker- zegt Vette, herkenden mosselliefhebbers de smaak van de mossel waarvan jezelf de baard hebt weggeschraapt. In die authentieke, zelfbeschermende ‘verpakking’ is er geen mossel meer te krijgen. Wat nog wel bestaat is de grootverpakking (vijftien kilo) die nog altijd met de hand in jute zakken wordt genaaid. Van het zeewater dat bij het verpakken meekomt wordt het jute nat, als het vervolgens droogt krimpt de jute sterk, en zitten de mosselen klemvast. Die frisse en appetijtelijke verpakking is zo oud als de weg naar Rome. ‘Eigenlijk viel daar helemaal niets aan te verbeteren’, zegt Jan Willem Vette. Behalve dan dat de jute zak alleen voor grootverbruikers geschikt is, want als zo’n zak eenmaal is aangebroken gaan de mosselen wél openstaan.
Over die openstaande mosselen, waarover de gasverpakkingen zo allemachtig luchtig doen, valt te begrijpen dat er hoe dan ook kwaliteitsverlies is, er gaan aroma’s verloren in het lekvocht. De Volkskeuken-rubriek van De Volkskrant moet al eens hebben aanbevolen om dat lekvocht als kookvocht te gebruiken. De theorie is aannemelijk maar dan moet je dat vocht op z’n minst lekker vinden, en een erg fris idee lijkt het wegens vermoedelijk hoge kiemgetallen niet. Boucher schrok er (na publicatie van haar boek) van op en vroeg een onderzoek aan bij de Keuringsdienst van Waren, dan ook uitsluitsel te moeten geven over de additieven. Er zijn nog enkele dioxineaffaires vóór haar aan de beurt maar er is haar onderzoek beloofd.
De zwakste schakel, aangaande de mossel, dat zijn we natuurlijk zelf. Boucher zegt het beleefder, maar we zijn slonzig in het bewaren -als +4ºC de beste temperatuur is, mag je je eigen koelkast wel eens nameten, en wórdt die zak daadwerkelijk meteen gekoeld, of heeft hij gezellig in de kofferruimte verbleven toen je onderweg werd afgeleid? Over het koken zelf was ik me evenmin nauwelijks van kwaad bewust: de bekende buikige, zwartgeëmailleerde mosselpan deugt van geen kant. Het is een onding, oordeelt Boucher in haar Mosselkookboek: hij is hoog en smal, terwijl je juist een lage en brede pan moet hebben waarin de mosselen zich veel sneller en gelijkmatiger openen, Boucher raadt de ‘hapjespan’aan, maar het kan natuurlijk ook een wijde, zware braad-of koekenpan zijn. Twee kilo tegelijk willen koken is te veel. Boucher houdt in plaats van de aanbevolen vijf à acht minuten op de zakken, tweeëneenhalve minuut aan, wat garant staat voor niet taai gekookte mosselen. Daarvoor moet je met beleid de hoeveelheid kiezen, de pan nooit meer dan ⅔ vol. Maak de pan vooraf, dróóg op het vuur, zeer heet: ook alweer iets wat je uit jezelf had kunnen bedenken maar niet deed.
Terug naar boven
Spits!
Heel wat wijzer word je van het Mosselkookboek waarin uitgebreid over de mosselteelt te lezen valt. Schrijfster Florine Boucher verdiepte zich een jaar lang in de materie en dat leidde tot een helder en overzichtig boekje met ruim vijftig recepten zonder foto.
Terug naar boven
Trouw
Dode Vis, maar lekker
(…) Van een ander kaliber is het Mosselkookboek van Florine Boucher; een informatieve inleiding neemt bijna de helft van het boek in beslag en geeft alle ins and outs van de mossel weer. Haar stijl van schrijven is niet slecht, zodat persoonlijke herinneringen niet te veel storen en in omvang beperkt blijven. De recepten komen uit vele wereldhoeken maar zijn toch overwegend Europees, goed te lezen, goed uit te voeren en goed om te eten. Lees bij ‘Mosselen op het droge’ hoe in de Languedoc mosselen onder de brandende dennennaalden worden gegaard, en denk dan aan de barbecue, aan de naderende lente, aan vrienden in de tuin en de smaak van gerookte mosselen.
Terug naar boven
Libelle
Florine Boucher dook een jaar lang in de mosselen met als resultaat dit Mosselkookboek. Met recepten voor gevorderde en beginnende mosselfans en duidelijke uitleg over geschiedenis, teelt en handel.
Terug naar boven
| | |
Meer recensies
| |